Ruimtelijke strategieën voor de regio

De bèta-kenniswerkers bieden perspectief voor de Westelijke Mijnstreek. De vierde onderzoeksstap laat zien dat daarbij nog wel ruimtelijke ingrepen nodig zijn in de woonomgeving, zoals vergroening of een verbetering van de bereikbaarheid. Ook de huidige woningvoorraad dient in veel gevallen te worden aangepast aan de wensen van de bèta-kenniswerker. Een win-winsituatie ontstaat dus niet vanzelf. Het biedt wél een gezamenlijk perspectief voor de verschillende partners in de regio. Bedrijfsleven, vastgoedpartijen én overheden kunnen er samen voor zorgen dat de Westelijke Mijnstreek daadwerkelijk een aantrekkelijk woonmilieu biedt voor de bèta-kenniswerkers, wat bijdraagt aan de ontwikkeling van een kenniseconomie in de regio.

Om dit doel te verwezenlijken doen wij een 5-tal strategische aanbevelingen. Deze ruimtelijke strategieën bieden een breder perspectief op de ontwikkeling van de regio. Nieuwe koppelingen tussen actoren en nieuwe financieringsmodellen staan hierbij centraal. Ze vormen de hoofdaanbevelingen van het onderzoek.

Stel het bestaand woongebied centraal

De kansenkaart laat zien dat in de bestaande suburbane woongebieden in de Westelijke Mijnstreek voorzien kan worden in de woonwensen van een belangrijk deel van de bèta-kenniswerkers. Hier kan worden voorzien in de voorkeur voor een ruime, grondgebonden koopwoning in een groene, suburbane omgeving. Het meest geschikt zijn locaties nabij openbaar groenstructuren, bij dagelijkse voorzieningen, goed bereikbaar, en in principe beschikkend over de juiste woningtypes. Dat betekent niet dat alle suburbane woonwijken direct 1 op 1 geschikt zijn. Op veel plekken is een kwaliteitsimpuls van woning en/of woonomgeving nodig om voor deze groep daadwerkelijk geschikt te worden. Met gerichte ingrepen, ruimtelijk, financieel of organisatorisch, kan hiervan werk worden gemaakt. Grootschalige ingrepen zijn meestal niet nodig. In de woonwensen van de kenniswerker kan zo binnen het bestaande woongebied worden voorzien. Om ervoor te zorgen dat de bèta-kenniswerker ook daadwerkelijk gaat wonen in de bestaande suburbane woongebieden in de Westelijke Mijnstreek is het van belang dat hij / zij deze ook gaat vinden. Bekendheid van het aanbod onder de kenniswerkers is essentieel.

Gebruik het Limburgs landschap als kracht

Een excellerende kenniseconomie bestaat bij de gratie van een kwalitatief goed woonmilieu. Sterke troef hierin is het landschap. Zeker voor de bèta-kenniswerker! Een mooi en bereikbaar landschap is voor de kenniswerker zeer interessant vanwege groen, rust en sportmogelijkheden. Door dit landschap in de directe woonomgeving te laten doordringen ontstaat het groene woonmilieu dat de bèta-kenniswerker waardeert. Het landschap van de Westelijke Mijnstreek is misschien wel de belangrijkste kwaliteit van de regio. Hoewel de afgelopen tien jaar al grote verbeteringen zijn gedaan in landschapsinrichting en toegankelijkheid, is de situatie nog niet optimaal. Vooral de zone rond de A2 met in het hart de Chemelotsite en daaromheen tal van (suburbane) woonwijken komt sterk stedelijk over. De kwaliteiten van het glooiende Heuvelland en de Maasdal kunnen dus nog beter worden benut en gepromoot voor een wervend woonmilieu.

Date met een kenniswerker

Veel bèta-kenniswerkers zijn onderzoekers die zich voor langere in de regio vestigen. Zij hebben geen behoefte aan ‘gated communities’ of internationale scholen, maar willen juist integreren in de Zuid-Limburgse samenleving. Kenniswerkers geven aan dat deze integratie niet altijd even vlot verloopt, en dat het moeilijk is om met de ‘locals’ in contact te komen vanwege de gemeenschap die als gesloten wordt ervaren. Zeker niet als de taal een extra barrière vormt. Dit is dan ook één van de redenen waarom een deel van de kenniswerkers zijn heil zoekt in het meer stedelijke en internationaal georiënteerde Maastricht. Kortom: voor het internationale deel van de kenniswerkers is niet alleen sprake van een ruimtelijke opgave, maar ook van een sociale. Dat vraagt meer mogelijkheden voor interactie en contact tussen de ‘locals’ en de ‘internationals’, bijvoorbeeld door het wegnemen van drempels en taalbarrières. Het besef dat de groeiende koopkracht een impuls geeft aan voorzieningen en het begrip dat een excellente kenniseconomie juist bijdraagt aan banengroei kan zorgen voor een soepele integratie. Op deze manier kan de regio te boek staan als een internationale regio waar oude tradities samengaan met state-of-the-art innovaties.

Streef naar complementariteit binnen de Euregio

Veel minder dan de gemiddelde Nederlander zijn (internationale) bèta-kenniswerkers zich bewust van grenzen tussen landen of regio’s. Daarbij komt dat zij erg mobiel zijn, en vaak relatief grote afstanden afleggen voor wonen, werken of een bezoek aan vrienden. Dit heeft een groot voordeel: de Westelijke Mijnstreek hoeft niet overal ‘goed in te zijn’, en profiteert van haar ligging nabij België en Duitsland. Naast het excelleren op economische en R&D vlak op de Brightlands Chemelot Campus kan de Westelijke Mijnstreek zich ook profileren met een wervend suburbaan woonmilieu. Stedelijke en landelijke woonmilieus zijn dan, complementair hieraan, elders in de Euregio aanwezig. Ook voor wat betreft voorzieningen is er sprake van complementariteit. Cultuurvoorzieningen als theater en museum zijn niet nodig in de directe woonomgeving van de kenniswerker, maar wel wenselijk binnen acceptabele reisafstand (in bijvoorbeeld Maastricht, Aken, Luik, Hasselt). Straal deze complementariteit als regio ook uit.

Start een Brightlands proeftuin

De Brightlands proeftuin koppelt de innovatiekracht van de regio aan het wonen. Ze brengt de slimme innovaties van Chemelot naar de directe woonomgeving van de kenniswerker en natuurlijk ook die van andere regiobewoners. Nieuwe technieken en materialen worden ‘live’ uitgetest in de openbare ruimte, in het verenigingsleven, in de woning, bij de buurtwinkel, door start-ups van kenniswerkers. Proefprojecten dienen als visitekaartje en communicatiemiddel; ze laten zien wat de Westelijke Mijnstreek als kennisregio in haar mars heeft. De woonomgeving wordt er beter van en de kenniswerker kan er zelf aan meewerken. De Brightlands proeftuin kan zo worden gezien als een uithangbord voor zowel de Brightlands Chemelot Campus, de Westelijke Mijnstreek als de gehele Euregio.

Pin It on Pinterest

Share This