De opgave

Economische groei

Zuid-Limburg kent een sterke ambitie om economisch te groeien. Daarbij is ingezet op de ontwikkeling van een aantal campussen, waaronder de Brightlands Chemelot Campus bij Geleen. Hierin wordt flink geïnvesteerd, zowel met realisatie van fysieke projecten op het campusterrein, als door het werven van kenniswerkers uit de hele wereld. Vanuit het bedrijfsleven wordt het aantrekken van technologisch toptalent gezien als één van de essentiële voorwaarden voor (economisch) succes. De Brightlands Chemelot Campus, die zijn oorsprong kent in chemiebedrijf DSM, heeft zelfs de ambitie om tot de wereldwijde top 3 te horen.

Demografische krimp

Gelijktijdig loopt het aantal inwoners van Zuid-Limburg de komende tijd terug. Deze teruggang is al het sterkst te merken in de Parkstad regio, maar de effecten zullen in de nabije toekomst ook in de Westelijke Mijnstreek en het Heuvelland zichtbaar worden. Gemeenten en provincie beraden zich over de vraag hoe hiermee het best kan worden omgegaan. Minder mensen betekent minder behoefte aan woningen met een grote transformatieopgave in de bestaande woningvoorraad tot gevolg.

Nieuw perspectief

Tot nu toe zijn de economische potentie als toptechnologische regio en de verwachte demografische verandering nog niet of nauwelijks met elkaar in verband gebracht. Dit terwijl de combinatie van de krimp- en groeiopgave de regio wellicht een nieuw perspectief kan bieden, met de woningvraag vanuit kenniswerkers als vliegwiel voor de transformatieopgave in de bestaande woningvoorraad.

In dit onderzoek hebben we de woonwensen geanalyseerd van de kenniswerkers die op de Brightlands Chemelot Campus werken. We kijken of de regio hierin kan voorzien, en wat nodig is op het vlak van ruimtelijke ontwikkeling.

 

Onderzoeksvraag

In ons onderzoek kijken we zowel naar de woningbehoefte van de bèta-kenniswerker op de Brightlands Chemelot Campus als de transformatieopgave van de woningvoorraad in de Westelijke Mijnstreek. We hebben dan ook de volgende onderzoeksvraag geformuleerd:

‘Kan de specifieke vraag naar woonruimte van de bèta-kenniswerker, zoals actief op de Chemelot Campus, een katalyserend effect hebben op de transformatie van woongebieden in een krimpregio, zoals de Westelijke Mijnstreek? Zo ja, welke ruimtelijke strategie moet daarbij worden gevolgd en tot welke set van maatregelen en ingrepen leidt dit?’

Afbakening

Tal van factoren spelen een rol bij de keuze van (internationale) kenniswerkers om zich ergens te vestigen. Voorop staan de aanwezigheid van uitdagende banen, het geboden salaris, een belastingklimaat dat niet afschrikt en een positief (inter)nationaal imago van Nederland en Zuid-Limburg. Om de kenniswerker vervolgens ook in de regio te houden, is een goed woon- en leefklimaat essentieel. Dan gaat het al snel om zaken die ruimtelijk beïnvloedbaar zijn: de kwaliteit van de woonomgeving, voorzieningen, de aanwezigheid van groen. Op deze ‘ruimtelijke’ zaken richt ons onderzoek zich primair.

Ten tweede hebben we de focus bewust op de hoogopgeleide bèta-kenniswerker gelegd. Dit is de doelgroep die de komende jaren van buiten de regio wordt aangetrokken. Hoewel dit van de totale groep werknemers niet de grootste groep is (naar opleidingsniveau), is het voor de technologische bedrijven wel de meest cruciale groep die moet worden aangetrokken en vastgehouden. Vaak wordt in dit verband gewezen op het multiplier effect: iedere hoogopgeleide kenniswerker heeft een aantal banen op een lager kennisniveau (VMBO / MBO) in zijn kielzog.

Het valt niet mee om voor dit onderzoek te bepalen wat tot ‘de regio’ hoort. Het is duidelijk geworden dat de jonge generatie kenniswerkers, de ‘regio’ ziet als een gebied dat de landsgrenzen overstijgt, en alles meerekent wat binnen zo’n 30 à 60 minuten per auto te bereizen valt. De oudere groep kenniswerkers lijkt ‘de regio’ eerder te associëren met de Nederlandse gemeenten die rondom de Chemelot Campus liggen, ofwel de Westelijke Mijnstreek. Dit onderzoek richt zich primair op de kansen voor de Westelijke Mijnstreek, waarbij we zoeken naar complementariteit met de omliggende steden en streken.

Opbouw onderzoek

  • In de eerste stap van dit onderzoek kijken we naar de woonwensen van de bèta-kenniswerkers die in Zuid-Limburg worden gezocht. We richten ons daarbij specifiek op de hoogopgeleide Bèta op de Brightlands Chemelot Campus. Waar wonen ze nu? En waarom? In wat voor een woonomgeving zouden zij bij voorkeur willen wonen? Welke voorzieningen zijn belangrijk?
  • In de tweede stap doen we een verkennend onderzoek naar de transformatieopgave voor de woningvoorraad in de Westelijk Mijnstreek. Welke demografische ontwikkelingen zijn te verwachten en wat is het effect op het woningaanbod in de regio? 
  • In de derde stap leggen we vervolgens de link tussen de woonwensen van de kenniswerkers en de opgave voor het bestaande woningaanbod. Kan in de Westelijke Mijnstreek worden voorzien in de woonwensen van de kenniswerkers? En welke gebieden / wijken komen dan het meest in aanmerking? Conclusies worden verwerkt in een kansenkaart
  • In de vierde stap ontwikkelen we een aantal ruimtelijke strategieën die bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de regio voor bèta-kenniswerkers en tegelijkertijd een impuls geven aan de transformatieopgave. 
  • De vijfde stap, tot slot, omvat een gereedschapskist met concrete maatregelen en ingrepen die op korte termijn in gang gezet kunnen worden. Enkele maatregelen worden als voorbeeld nader uitgewerkt.

Pin It on Pinterest

Share This